Hoofdstuk 3.
Potentiële Focusgebieden

Voor de afbakening van de verschillende focusgebieden waar een potentieel impact investeringsfonds zich op kan richten, kijken we naar 3 criteria:

  1. Een Transformatieve impact (IMPACT)
  2. Een Culturele waarde (CULTURE)
  3. Een Solide verdienmodel (PROFIT)

Criteria 1: Een Transformatieve Impact

Het eerste criterium is dat we bepalen of een initiatief bijdraagt aan het versnellen van minimaal een van de vier systeemtransities, zoals die zijn omschreven in het strategisch kompas van Stichting DOEN. Deze transities zijn namelijk ook leidend voor de investeringen die via DOEN participaties BV worden gedaan in ondernemingen of andere investeringsfondsen.

  1. De transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Met een nadruk op een economie gericht op het herstellen van natuurlijke systemen en op producten die zodanig worden ontworpen dat grondstoffen opnieuw kunnen worden gebruikt.
  2. De transitie van groeiende ongelijkheid naar een wereld waar iedereen meedoet en meetelt. Met een nadruk op kwetsbare groepen en diversiteit en inclusie.
  3. De transitie naar een samenleving die het gemeenschappelijke (commons) vooropstelt. Met een nadruk op burgercollectieven, bewoners coöperaties en initiatieven die met alternatieve eigendomsmodellen werken.
  4. De transitie naar een samenleving waar ruimte is voor radicale verbeelding. Met een nadrukkelijke focus op sociale kunstpraktijken en verbeelding als collectief proces.

Criteria 2: De eigenstandige culturele waarde

Het tweede criterium voor afbakening van de sectoren is dat we kijken naar de eerder beschreven eigenstandige culturele en artistieke waarde die een initiatief vervult. We kijken hiervoor naar 1) het culturele gemeen (de culturele commons) 2) de culturele meerwaarde van een organisatie en 2) de artistieke strategieën die worden gebruikt

Men kan kijken naar hoe een initiatief het culturele gemeen vergroot. Dit gemeen wordt gedefinieerd als de maatschappelijke culturele ruimte tussen staat en markt. Er kan worden gekeken naar de culturele meerwaarde van een initiatief door te bepalen wat de relevantie en noodzaak van een initiatief binnen de culturele en creatieve context is waarin zij opereert. Hier kan worden gekeken naar aspecten zoals oorspronkelijkheid, zeggingskracht en vakmanschap. Tot slot kunnen we kijken naar de artistieke strategieën die worden gehanteerd. Er kan worden gekeken naar de artistieke strategieën die nieuwe perspectieven creëren en nieuwe vormen van “raken” op individueel en collectief niveau).

Er kan ook worden gekeken naar artistieke innovatie, bijvoorbeeld door nieuwe ontdekkingen in artistiek onderzoek of door te kijken hoe een initiatief nieuwe verbindingen legt en ongebruikelijke samenwerkingen aangaat tussen verschillende disciplines.

Criteria 3: Een solide verdienmodel

Een derde criterium voor afbakening is Impact Investment is dat er sprake is van een solide verdienmodel. Dit betekent dat een organisatie in staat is om duurzaam en zelfstandig inkomsten te genereren, hetgeen essentieel is voor de lange termijn overleving en groei van een bedrijf.

Een verdienmodel kan bestaan uit een of meerdere inkomstenbronnen zoals marges op de verkoop van producten of dienstverlening (uurtje factuurtje), ticketverkoop voor een festival, abonnementen, horeca exploitatie, sponsoring door een bedrijf of structurelegiften van een mecenas of vriendengroep. Een ander veelgebruikt model is de sector is de exploitatie van vastgoed.

Potentiële focusgebieden

De drie criteria (impact, culture, profit) hebben wij gekozen omdat naar ons idee een impact investeringsfonds gericht op de sector een combinatie van financiële, sociale en culturele doelen zou moeten nastreven. Een fonds dat zich bijvoorbeeld alleen zou richten op de maatschappelijke impact van de sector, zou de belangrijke eigenstandige waarde van de sector zelf, zoals ruimte voor “verbeelding” uit het oog verliezen. Deze culturele waarde is echter essentieel als onderscheidende factor tussen sociale ondernemers en culturele ondernemers.

Op basis van deze drie criteria kunnen we 6 potentiële focusgebieden afbakenen met elk hun eigen kenmerken en behoeften

  1. Nieuwe Materialen en Ambachten
  2. Ethische Mode
  3. Social Design
  4. Culturele Ruimte
  5. Culturele Producties en Expressie
  6. The Culture

We bespreken deze zes focusgebieden zodat duidelijk is wat de opvallende overeenkomsten en verschillen zijn tussen de groepen, welke concrete behoeften er zijn aan financiering en non-financial support.

3.1. Nieuwe Materialen en Ambachten

Traditionele ambachten zoals houtbewerking, keramiek, tapijt weven, spinnen en glasblazen staan onder druk. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa wordt het preserveren van de kennis en het bestaansrecht van ambachtslieden een steeds grotere uitdaging. Een potentieel impact fonds zou zich kunnen richten op ondernemingen van kunstenaars, ontwerpers en architecten die oude ambachten revitaliseren en tegelijkertijd nieuwe materialen en technieken ontwikkelen en testen en zo de transitie naar een circulaire economie versnellen.

In Nederland zijn er tal van voorbeelden van ontwerpers die werken op het snijvlak tussen traditionele ambachten, wetenschappelijk onderzoek en nieuwe productietechnieken en richten zich op het revitaliseren van ambachten als toekomstbestendige strategie voor materieel en immaterieel erfgoed.

We kunnen denken aan de praktijk van Christien Meindertsma, een van de toonaangevende Nederlandse ontwerpers van dit moment.45 Sinds het begin van haar carrière zet ze zich in voor duurzame, lokaal geproduceerde producten, vaak gemaakt van vlas en wol. Ze doet onder andere baanbrekend artistiek onderzoek naar het machinaal 3D printen met wol met robots, zonder het gebruik van water. Een ander voorbeeld is Eric Klarenbeek die als eerste ter wereld een 3D printer voor levende schimmels (mycelium) ontwikkelde.46 Zijn “Mycelium Chair" is opgenomen in de vaste collectie van het Centre Pompidou.

Pauline van Dongen is een Nederlandse ontwerper en onderzoeker gespecialiseerd in wearable technology.47 Ze onderzoekt de relaties tussen mens en kleding en alternatieve ontwerp praktijken door de ontwikkeling van smart textiles. En het creatieve bedrijf Zeefier, ontwikkelt een duurzaam alternatief voor schadelijke synthetische verf in de textielindustrie, gebaseerd op de kleuren die zeewier produceert.48 NEFFA (New Fashion Factory), heeft een innovatieve 3D-productietechnologie met mycelium ontwikkeld voor de verduurzaming van de mode- en interieurindustrie.49 Recent haalde het bedrijf een investeringsronde op bij vier investeringsmaatschappijen waaronder DOEN Participaties.50

Loop Living Cocoon van bio-designer en architect Bob Hendrikx, die de eerste levende doodskist van mycelium maakt.51 In 45 dagen wordt de kist weer één met de natuur. Loop Biotech heeft onlangs €2M in 2 weken opgehaald bij 1000 aandeelhouders via een crowd-equity platform. Daarnaast heeft het textiel Innovatiestudio BYBORRE onlangs €16,9 miljoen opgehaald in een serie B-financiering.52 Het bedrijf biedt een platform waar ontwerpers hun eigen textiel kunnen samenstellen op basis van duurzame grondstoffen en vervolgens deze textielen on-demand kunnen produceren via “digital knitting”.

Wij denken dat er in Nederland, en met name in Europa, voldoende deal flow zal zijn van inverteerbare bedrijfjes die zich richten op ambachten, nieuwe materialen en duurzame productieprocessen en die de transitie naar een circulaire economie versnellen.

Financieringsbehoeften

Deze groep heeft een sterke behoefte aan zakelijke ondersteuning en connecties met de juiste mensen om een project naar een volgend niveau te brengen. Het is voor ontwerpers vaak lastig om zelfstandig een spin-off bedrijf op te richten vanuit hun praktijk. Daarom is er vooral behoefte aan strategische partners, de juiste connecties met commerciële partners en marketeers die kunnen helpen om de circulaire materialen duurzaam te vermarkten. Hierdoor kunnen de ontwerpers zich ook blijven richten op het creatieve werk en toeleggen op hun experimenteerdrift.

Het betrekken van commerciële team-members die de sector begrijpen zijn daarom cruciaal voor deze sector, bijvoorbeeld ook op het gebied van IP. Trajecten die verder gaan dan standaard “business model canvas” workshops of generieke incubator- en accelerator programma's met een focus op tech startups, en ervaringen hebben met werken met ontwerpers. Er is grote behoefte aan ondersteuning in het tot stand brengen van joint ventures met grote mode-bedrijven, de grootschalige maakindustrie, zonwering partijen of de bouwindustrie.

Een “venture-studio benadering” kan inspelen op de vraag van deze sector door begeleiding bij het bouwen van (joint-) ventures. In tegenstelling tot traditionele investeringsmodellen, waar een investeerder alleen kapitaal verschaft, neemt een venture studio een veel grotere rol op zich door samen met teams nieuwe bedrijven op te bouwen. Ze bieden niet alleen financiering, maar ook strategische en zakelijke begeleiding, operationele ondersteuning, team-building en toegang tot hun netwerk van resources zoals talent, technologie, en marktkennis. Een Venture Studio model zou dus een zakelijk ecosysteem kunnen bieden aan de groep ontwerpers. Impact investors kunnen een belangrijke rol spelen in het opzetten van een dergelijk model. Momenteel mist een dergelijke support infrastructuur in het ecosysteem.

Een dergelijke aanpak zou een oplossing kunnen bieden voor ontwerpstudio's door de kritieke fase heen te helpen van de experimentele voorfase van ontwerpend onderzoek, subsidies en projectmatig werk naar een solide commerciële spin-off die circulair materiaal duurzaam kan vermarkten. Blended-finance in de vorm van een combinatie van innovatie-subsidie voor R&D en startkapitaal in de vorm van risicodragend vermogen (venture capital) zou het beste passen bij de financieringsbehoeften van deze sector. Een dergelijke combinatie van subsidie met venture capital kan ook het gat tussen innovatie-subsidie en durfkapitaal verkleinen. Subsidiegeld blijft noodzakelijk voor ontwerpend onderzoek en een investering in combinatie met venture-building kunnen baanbrekende innovaties naar de volgende fase helpen.

3.2. Ethische Mode

De fashion industrie is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Grote ‘fast fashion’ merken presenteren zich steeds vaker als duurzaam, maar het hele systeem waarin zij opereren is zeer vervuilend. “Ethical fashion startups” zoals duurzame kledingmerken proberen de schadelijke effecten te beperken, zoals de uitbuiting van arbeiders, milieuvervuiling en overproductie. Een potentieel impact fonds zou zich kunnen richten op circulaire ondernemingen in de mode-industrie. Het verschil met het focusgebied nieuwe materialen en ambachten is dat het hier sterker gaat om ondernemers met een relatie tot de consumentenmarkt zoals merken.

Stichting DOEN werkt al een aantal jaren aan de transitie naar een meer circulaire mode-sector en ondersteunt innovatieve bedrijfjes die werken met alternatieve productiemethoden, hergebruik van oud textiel en vernieuwende consumentenmerken. Enkele toonaangevende voorbeelden van startups die worden gesteund zijn, WEAR ( sneaker-reiniging en refurbished sneakers)53 Soft Revolt (3D geprinte bh’s)54, Loop.a Life (knitwear op basis van gerecycled wol)55 en de New Optimist (circulaire & sociale mode)56 en LENA The Fashion Library. 57 In 2022 deed Stichting DOEN een open call voor ethische modeondernemers, waarbij zij elk 50.000 euro konden ontvangen om hun bedrijf te laten groeien.

DOEN Participaties investeert ook al geruime tijd in ethische mode-startups. Een voorbeeld uit het portfolio is MUD Jeans, dat een spijkerbroek van 100% gerecyclede denim in de markt lanceerde.58 DOEN Participaties investeerde daarnaast in de textielstudio Makers Unite om de productiecapaciteit te vergroten en meer bedrijven te voorzien van circulaire bedrijfskleding en merchandise.59 Met de opbrengst leidt het bedrijf nieuwkomers op om zelfstandig hun geld te verdienen in de textielindustrie.

Wij denken dat deze sector goed aansluit bij de jarenlange ervaring van DOEN Participaties met het investeren in de transformatie van de mode- en textielindustrie. Wij verwachten dat het daarom eenvoudiger zal zijn voor DOEN Participaties om een goede pipeline van potentiële investeerbare ondernemingen op te bouwen. Daarnaast denken wij dat een nieuw fonds hierop kan bouwen door zich te richten op de “culturele dimensie” van ethical fashion. Mode is namelijk niet alleen een economisch of duurzaamheidsvraagstuk, maar ook een krachtige vorm van expressie, verweven met identiteiten, belevenissen, levenswijzen, verhalen en diep geworteld in gemeenschappen.

Artistieke visie, stijl, storytelling, verbeelding en de verbinding met de culturele waarden van gemeenschappen zijn cruciaal voor modebedrijven die verandering in de levensstijl van consumenten willen stimuleren. Esthetiek en storytelling hebben een belangrijke invloed op de motivatie van mensen om voor duurzame keuzes te gaan. Ethical fashion consumer brands zijn succesvol wanneer ze stevig verankerd zijn in diverse gemeenschappen en (sub)culturen, waardoor ze dragers worden van gedeelde waarden en manieren van leven. Ethical fashion gaat kortom niet alleen over duurzaamheid en de supply chain, maar is ook nauw verweven met cultuur, gemeenschap en verbeeldingskracht.

Het jonge, inclusieve Rotterdamse merk Versatile Forever, een van de winnaars van de DOEN Textielcall 2022, is een mooi voorbeeld.60 Versatile Forever is een kledingmerk, maar dan gebaseerd op tweedehands textiel. Het bedrijf ziet upcycelen niet als geitenwollensokken-toestand maar een Generatie-Z fashion statement.61 Ze produceren bikini’s gemaakt van de afvalresten van verknipte en een nieuwe kledingcollectie gemaakt van gebreide voetbalsjaals van Feyenoord en andere clubs. In het kleurrijke, surrealistische werk van Correa Alves speelt haar multiculturele omgeving een belangrijke rol, evenals diversiteit, en Rotterdamse cultuur een belangrijke rol.62

Het merk laat zien dat de transitie van een lineaire naar een circulaire economie, verder gaat dan upcycling en supply chain transformatie, maar ook te maken heeft met “cultural change”. Het bedrijf laat zien dat mode een vorm van culturele expressie is die verbonden is met een levenswijze, gedragen door gemeenschappen met gedeelde waarden. Kortom, een potentieel "cultural impact fonds" gericht op ethische mode als focus mag de culturele dimensie van mode, als impact dimensie, niet buiten beschouwing laten.

Financieringsbehoeften

Voor startende modeondernemers is het vaak moeilijk om financiering rond te krijgen. Uit een rapport van ABN Amro blijkt dat circulaire startups in het algemeen moeite hebben met het verkrijgen van financiering, en dit geldt in het bijzonder voor scale-ups in de mode- en textielsector. Hoewel er subsidies en leningen beschikbaar zijn via de RVO, het Stimuleringsfonds en accelerators, zijn dit voornamelijk kleine bedragen variërend van vijf- tot twintigduizend euro. Daarnaast zijn er weinig financieringsmogelijkheden voor scale-ups. Banken beschouwen deze modeondernemingen vaak als te risicovol en zijn onbekend met de verdienmodellen van deze startups.

Vanuit deze sector is er grote behoefte aan toegang tot durfkapitaal voor mode startups en scale-ups. Tot op heden is de hoeveelheid kapitaal die beschikbaar is nog te klein in vergelijking met de financieringsbehoefte van de veelbelovende ethische mode-innovators. Als gevolg hiervan duikt de toegang tot durfkapitaal financiering in de begin-en middenfase consequent op als het meest dringende element dat ventures verhindert vooruitgang te boeken.

Er is daarnaast grote behoefte aan zakelijke begeleiding door mensen die de modesector begrijpen en andere non-financial support in de vorm van ethical fashion incubator en accelerator programma’s. Er is behoefte aan subsidie voor R&D in combinatie met gunstige leningen en durfkapitaal. Tot slot is er behoefte aan het begeleiden in het opzetten van strategische samenwerkingen met textielindustrieën en grote merken voor gezamenlijke modecollecties of sneaker collabs.

Een Participatie Maatschappij dat investeert in Circular Fashion kan inspelen op de vraag vanuit ethische mode bedrijfjes om eigen vermogen op te bouwen. Momenteel bestaat financiering voor de sector namelijk vooral uit leningen en subsidies. Beiden dragen vaak juist niet bij aan het opbouwen van een eigen vermogen, en daarmee een duurzame organisatie op lange termijn. Leningen zijn per definitie vreemd vermogen en leggen, ook in geval zachte voorwaarden, altijd een druk op terugbetalen op een organisatie of ondernemer. Subsidies zijn vaak projectmatig en verbieden soms expliciet het opbouwen van eigen vermogen. Investeren in aandelen kan daarom een oplossing zijn voor mode-bedrijfjes, omdat het leidt tot een toename van het eigen vermogen en bijdraagt aan een financieel gezonde bedrijfsvoering.

3.3. Social Design

In de afgelopen decennia is er veel aandacht voor sociaal ontwerpen (social design). Social design is een vakgebied waarin ontwerp en architectuur wordt ingezet om maatschappelijke of ecologische impact te creëren. Een potentieel impact investeringsfonds zou zich kunnen richten op deze grote groep van kleine ontwerpstudio’s.

Sociale ontwerpbureaus zijn vaak ZZP'ers en kleine bedrijfjes van designers en (landschaps)-architecten die werken aan verschillende maatschappelijke opgaven. Het gaat vaak om interventies in de publieke ruimte, de natuur, de gezondheidszorg of in relatie tot diversiteit en inclusie. Met hun manier van werken dragen ze bij aan verschillende impact-dimensies. In de context van het strategisch kompas van DOEN zijn ze vooral interessant omdat ze de “systeemtransitie van groeiende ongelijkheid naar een wereld waarin iedereen meedoet en meetelt, met een nadruk op kwetsbare groepen en diversiteit en inclusie.”

Een mooi voorbeeld van een social design bureau, dat door Stichting DOEN is ondersteund, is de praktijk van Simon Dogger.63 Simon Dogger, een van de eerste blinde ontwerpers die afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven, richt zich op het ontwikkelen van innovatieve oplossingen die de kwaliteit van leven verbeteren. Een van zijn projecten is de The Emotion Whisperer, een tool die visueel beperkten helpt bij het waarnemen van lichaamstaal.64 Het systeem bestaat uit een bril met een camera die beelden van gesprekspartners naar een app stuurt die gezichtsuitdrukkingen herkent. Deze worden vervolgens omgezet via een draagbaar apparaat op de arm, waarbij specifieke trillingen een glimlach of andere emoties voelbaar maken. Simon bouwde een prototype en deed onderzoek naar de integratie van de tool in het dagelijks leven en daarnaast de mogelijkheden voor marktimplementatie.

Een ander voorbeeld van een social design bureau met een focus op kwetsbare groepen is Fysiek Fabriek, een collectief van social designers die hulpmiddelen op maat realiseren voor mensen met een lichamelijke beperking.65 Het bedrijf verbindt mensen met een fysieke beperking, de lokale creatieve- en maakindustrie en lokale maatschappelijk betrokken organisaties met elkaar om in co-creatie oplossingen te maken voor concrete uitdagingen.

Naast deze voorbeelden van ontwerpers die zich richten op kwetsbare groepen zijn er ook voorbeelden van ontwerpstudio's die zich richten op interventies in de publieke ruimte of het landschap. Deze ontwerpstudio's werken vaak aan projecten die gemeenschapsgericht zijn, zoals het herinrichten van pleinen, parken, of stedelijke en landelijke gebieden om de leefbaarheid te verbeteren en de sociale cohesie te versterken.

Een voorbeeld hiervan is Space for Play, een ontwerpbureau dat klimaatadaptieve buurtpleinen en speeltuinen maakt op basis van een participatief co-designproces met bewoners en kinderen in buurten.66 De nadruk ligt niet alleen op het eindresultaat, maar juist ook op de methodiek, door iedereen een stem te geven in een gebiedsontwikkeling. Een ander voorbeeld is het ontwerpbureau Strootman Landschapsarchitecten dat zich richt op ontwerpend onderzoek en bos-, park- en tuinontwerp en van natuurontwikkeling tot infrastructuur-ontwerp.67

Deze ontwerpbureaus betrekken vaak gemeenschappen bij hun werkproces. Dit gebeurt veelal door middel van participatieve design methoden, waarbij burgers, bewoners en andere belanghebbenden actief meedenken en onderdeel zijn van het ontwerpend proces waarmee ruimte ontstaat voor een veelheid aan perspectieven. Stichting DOEN richt zich nadrukkelijk op deze praktijken waarbij gemeenschappen onderdeel zijn van het proces.

Sociale ontwerpers en architecten zijn doorgaans sterk afhankelijk van particuliere opdrachtgevers en designwedstrijden, om hun ontwerp- en architectuur studio's draaiende te houden. Daarnaast hebben deze ontwerpers bijna altijd een parttime lesgevende functie op een design academy of een universiteit. Ze fungeren als creatieve zakelijke dienstverleners die op opdrachtbasis werken (uurtje factuurtje) en zelden een product ontwikkelen dat ze zelf exploiteren.

"Maatschappelijk opdrachtgeverschap" is een groeiende bron van inkomsten voor deze groep. Dit zijn opdrachten die door maatschappelijke organisaties (NGO's) en lokale overheden zoals gemeenten en waterschappen worden verstrekt aan creatieve dienstverleners zoals designers en architecten om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven of ruimtelijke transitieopgaven. Uit interviews blijkt echter dat deze maatschappelijke opdrachtgevers vaak traag werken, over beperkte budgetten beschikken, onregelmatige betalingen doen en daardoor een onzekere inkomstenbron vormen.

Financieringsbehoeften

Binnen deze sector is behoefte aan projectfinanciering voor ontwerpend vooronderzoek, ontwikkeling van proof of concept en de schakel naar de markt. Vergelijkbaar met de materiaal-ontwerpers is er binnen de groep sociaal ontwerpers weinig interesse om één product op te schalen. Er is meer interesse voor strategische samenwerkingen met bedrijven. Gezien de sterk dienstverlenende aard van dit segment, zijn leningen en durfkapitaal minder passend voor deze groep. Tijdens de interviews gaven social designers aan in beperkte mate ervaring te hebben en geïnteresseerd te zijn in leningen en investeringen in aandelen.

Social Impact Bonds (SIB) zijn een financieringsinstrument waarbij privaat geld wordt ingezet om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. In plaats van het traditionele model van subsidies verstrekken wordt op projectbasis een hechte samenwerking aangegaan met uitvoerders, investeerders en soms een intermediair. Vooraf worden duidelijke afspraken gemaakt over doelstellingen en resultaten die behaald moeten worden voor de doelgroep die centraal staat. Private investeerders dragen het financiële risico, maar kunnen daar ook voor beloond worden. Een onafhankelijke partij meet of de gestelde doelen zijn behaald. Als dat is gelukt, betaalt de overheid of filantroop de investeerders terug met rendement. Zijn de resultaten niet toereikend, dan zijn de investeerders hun geld kwijt.

Social Finance NL

Social Impact Bonds (SIB) ook wel "pay-for-success" zou naast opdrachtgeverschap en subsidies een passende financiering kunnen zijn voor deze groep. Bij een SIB investeert een impact investeerder in een maatschappelijke opgave die wordt uitgevoerd door een dienstverlener. De overheid betaalt de impact investeerder alleen terug als het programma de vooraf bepaalde maatschappelijke resultaten behaalt. Als het programma succesvol is, wordt de investeerder terugbetaald met een rendement op de investering. Als de doelen niet worden bereikt, leidt de investeerder een verlies.

"Ik heb wel eens gezegd, toen ik zelf als ontwerper ook actief was: We zouden eigenlijk de term opdrachtgever uit ons woordenboek moeten schrappen." Het geeft een verkeerde afhankelijkheid en je komt er nooit meer uit. Je hebt nooit voldoende vlees op de botten om zelf te investeren.” 

Bart Ahsmann - Click NL

3.4. Culturele Ruimte

Culturele ruimtes zoals broedplaatsen, werkplaatsen, podia, oefenruimtes, openluchtbioscopen en kweekvijvers zijn van onschatbare waarde voor het stimuleren van nieuwe culturele impulsen in de stad. Ze spelen een essentiële rol bij de herontwikkeling van gebieden, zoals voormalige industriegebieden of leeglopende plattelandsstreken. Het draait hierbij om circulariteit, gebiedsontwikkeling en economische impulsen, maar vooral om de transitie naar een samenleving met meer ruimte voor gemeenschappelijke en toegankelijke culturele ruimtes voor collectieve verbeelding. Daarnaast is er een grote behoefte aan betaalbare en toegankelijke ateliers en werkruimtes. Een potentieel impact investeringsfonds zou zich ook direct kunnen richten op het investeren in deze gemeenschappelijke culturele ruimtes.

Er zijn tal van voorbeelden van culturele plekken en broedplaatsen in Nederland, zoals NYMA Makersplaats, een 150 meter lang gebouw in Nijmegen waar vakmanschap, ambacht, innovatie, cultuur en kunst bij elkaar komen.68 Behalve ateliers en werkplekken in allerlei vormen en maten, faciliteert NYMA Makersplaats ook cursussen en evenementen om de creatieve maakindustrie te versterken. Een ander voorbeeld is Brutus, dat werd geïnitieerd door Joep van Lieshout in Rotterdam.69 Hier wordt 10.000 vierkante meter in het M4H-gebied in Rotterdam-West omgevormd tot woningen, kunstzalen, ateliers, een openluchtbioscoop, een club, horeca, een beeldentuin en een openbaar kunst labyrint.

Stichting DOEN richt zich al lange tijd specifiek op culturele plekken die bijdragen aan de transitie naar een samenleving waarin de “commons” centraal staan. DOEN geeft prioriteit aan initiatieven die alternatieve eigendoms modellen hanteren. DOEN ondersteunt bijvoorbeeld Amsterdam Alternative, een samenwerkingsverband van verschillende culturele plekken in Amsterdam, waar muziek, film, dans, theater en andere kunstvormen worden gepresenteerd, maar waar ook wordt gewoond en gewerkt.70 Inmiddels zijn er 34 plekken aangesloten bij Amsterdam Alternative. In 2019 lanceerde Amsterdam Alternative het project Vrij Beton om te gaan strijden voor permanente vrije ruimte in de stad en zich te verzetten tegen de gentrificatie van de stad door commerciële vastgoedprojecten.71 Een van de plekken die aangesloten is bij Amsterdam Alternative is de culturele vrijplaats OT301.72

Een ander voorbeeld dat zich richt op de combinatie van betaalbaar wonen en ruimte voor ateliers is Bajesdorp.73 Dit vier verdiepingen tellende gebouw is opgericht door bewoners die zich verzetten tegen leegstand en zich inzetten voor het behoud van een leefbare buurt. Het is nu een duurzame en culturele vrijplaats met ongeveer 20 woningen en ateliers voor kunstenaars. De financiering werd gerealiseerd via community-obligaties. Obligatiehouders uit de gemeenschap ontvangen nu jaarlijks 2% rente op hun investering en krijgen hun geld uiterlijk na 10 jaar terug. In totaal werden er 2.467 obligaties verkocht om deze culturele vrijplaats te realiseren.

Financieringsbehoeften

Uit onze interviews met het veld kwam regelmatig naar voren dat er specifieke interesse is in samenwerkingen met impact investeerders om culturele panden en gronden te verwerven en in collectief eigendom te brengen van de culturele gemeenschap.

Impact investeerders zouden bijvoorbeeld kunnen investeren in panden en deze dan onderbrengen in een steward-owned "beheerstichting" zodat de gemeenschap collectief eigenaar wordt van het gebouw. Collectief eigendom kan hier de vorm aannemen van een coöperatie of een vereniging met leden die eigenaar is van het gebouw. Vervolgens huren alle leden van de vereniging – en dus indirect van zichzelf. De investeerder maakt rendement via de huurinkomsten.

Een dergelijke constructie draagt niet alleen bij aan het behoud van culturele plekken als gemeenschappelijke en toegankelijke ruimtes, maar het voorkomt ook speculatie en stimuleert duurzame stedelijke ontwikkeling waarin de gemeenschap centraal staat. Impact-investeerders worden zo een belangrijke schakel in de transitie naar een circulaire, creatieve en inclusieve samenleving, waarin collectief eigendom en lokale zeggenschap de norm worden. Modellen die ter inspiratie kunnen dienen voor dergelijke constructies zijn “community land trusts”.

Een Community Land Trust betrekt bewoners, gebruikers, ondernemers, buurtgenoten en lokale overheden bij het eigenaarschap en zeggenschap over land. Samen vormen ze een Community van mensen die samen ontwikkelen, samen leven en samen faciliteiten delen en beheren. Het Land wordt onttrokken uit de markt en komt in gedeeld eigenaarschap van de gemeenschap, waardoor de prijs van vastgoed niet meer wordt beïnvloed door stijgende grondprijzen en dus eerlijk en toegankelijk kan blijven. De Trust zorgt voor gedeeld beheer van het land en haar bebouwing, en garandeert betaalbaarheid en duurzaamheid voor de komende generaties. Duurzame ontwerp-, bouw- en beheerkeuzes worden in de hand gewerkt doordat een Community Land Trust anti-speculatief is en zich richt op de lange termijn en de belangen van de community, waarin lokale en publieke belangen verenigd worden.

Community Land Trust NL

Het Stadmakers Fonds is een goed voorbeeld van een fonds dat investeert in impact gedreven organisaties die op zoek zijn naar financiering van vastgoed.74 Het helpt initiatieven hun vastgoed en grond aan te kopen, en de bouw te financieren. Het fonds hanteert een redelijk financieel rendement. Een van de mogelijkheden is om een vergelijkbaar fonds op te zetten, maar dat zich specifiek richt op het helpen van de culturele sector om vastgoed en grond aan te kopen.

3.5. Culturele Producties en Expressie

Theatervoorstellingen, tentoonstellingen, films, muziek festivals, fotografie, literatuur en andere cultuuruitingen spelen een cruciale rol in een samenleving die ruimte biedt voor radicale verbeelding. Productiehuizen, dansgroepen, theatergezelschappen, muziekfestivals en game-studio's ontwikkelen baanbrekende projecten die een diversiteit aan perspectieven, inzichten, stemmen en verhalen belichten over maatschappelijke vraagstukken. Een potentieel impactinvesteringsfonds zou zich ook direct kunnen richten op het mogelijk maken van deze culturele expressie in de vorm van producties die nieuwe perspectieven laten zien.

Stichting DOEN financiert via het Vriendenloterijfonds al lange tijd een tal van theatergezelschappen en productiehuizen die radicale verbeeldingskracht inzetten om te laten zien dat een andere wereld mogelijk is en ruimte bieden aan een diversiteit aan perspectieven. DOEN financierde de dansvoorstellingen van Introdans waar inclusiviteit en diversiteit centraal staan. Of de theatervoorstellingen van het Leidse stadsgezelschap PS Theater waar verhalen van mensen centraal staan die de kloof tussen kansarm en kansrijk zelf ervaren.75 Op de website van het Vriendenloterijfonds zijn tal van vergelijkbare projecten te vinden.76 Volgens Stichting DOEN vervangt “deze rijkdom aan gedachten, geluiden en beelden het dominante maatschappelijke verhaal van individueel gewin en de planeet-als-gebruiksartikel”.77

Financieringsbehoeften

Er zijn uiteenlopende financieringsbehoeften binnen dit segment; enerzijds is er behoefte aan ondersteuning door subsidie met een sterke behoefte aan langdurige “core-funding” die niet tijdelijk of productie of project gebonden is. Anderzijds is er behoefte aan leningen, omdat bij podiumkunsten, festivals en muziekvoorstellingen vaak de kost voor de baat uitgaat. Voorfinanciering (ook wel ‘overbruggingskrediet’ genoemd) is daarom een financieringsvorm die vaak wordt gebruikt in de podiumkunsten, muziek en film sector, naast subsidies. Inkomsten zijn er namelijk pas als een film draait, een festival loopt of een voorstelling is gegeven of een muziekalbum of videogame kan worden gekocht. Voor dit korte liquiditeitsprobleem is impact investing in de vorm van leningen of omzet-gebaseerde financiering een geschikt instrument. Omzet-gebaseerde financiering (revenue based finance) is een vorm van kapitaalverstrekking waarbij investeerders financiering bieden in ruil voor een percentage van de toekomstige opbrengsten, in plaats van een vaste rente zoals bij een traditionele lening of een aandeel in het eigenaarschap zoals bij aandeleninvesteringen. Productiehuizen of gezelschappen kunnen op deze manier kapitaal aantrekken door een percentage van toekomstige opbrengsten van de ticketverkoop van een voorstelling of opbrengsten uit streamingdiensten aan een investeerder af te staan. Dit is vooral populair bij onafhankelijke films en films met een beperkt budget, maar kan ook worden gebruikt voor theaterproducties en andere podiumkunsten. Het biedt namelijk de mogelijkheid om flexibel te financieren zonder eigendom op te geven.

Er zijn verschillende voorbeelden van productiehuizen, festivals en dansgezelschappen waar overbruggingskredieten behulpzaam zijn. Een voorbeeld, dat door Cultuur+Ondernemen wordt besproken is International Dance League, een organisatie uit Rotterdam die urban dance promoot.78 De organisatie had een overbruggingskrediet nodig omdat er tijdens de voorbereiding en uitvoering al kosten werden gemaakt en medewerkers moesten worden uitbetaald. In de praktijk komt dit voor veel producenten neer op het voorfinancieren van een aanzienlijk deel van de uitgaven. Een ander voorbeeld is de impact-producent Joost Vervoort, die samen met voormalige game-ontwikkelaars van Guerilla Games de game "All Will Rise" wil bouwen.79 De game heeft een focus op klimaatrechtvaardigheid. Spelers kunnen deelnemen aan verschillende klimaatrechtszaken over de hele wereld. Het idee ontstond vanuit de betrokkenheid van Joost bij actiegroep Fossielvrij, die pensioenfonds ABP aanklaagde. Het team zoekt momenteel voorfinanciering om de game te ontwikkelen en kan impact-investeerders rendement betalen uit de verkoop van de game.

Een impact productie fonds dat investeert in grootschalige en impact gerichte theaterstukken, films, muziek- en game producties zou dus in een directe vraag voorzien van de sector. Investeerders kunnen profiteren van opbrengsten uit de opbrengsten van deze producties, maar ook van de maatschappelijke impact die deze producties genereren.

Een organisatie die momenteel een vergelijkbaar impact investeringsfonds ontwikkelt voor documentaires is Think Film.80 Think Film is een organisatie die zich heeft gespecialiseerd in impact campagnes rondom maatschappelijk georiënteerde documentaires zoals over Navalny of over ontbossing en inheemse landrechten in de Amazone. Deze campagnes, die samen met lokale NGO's worden opgezet rondom de films, worden ingezet als lobby middel bij beleidsmakers om bijvoorbeeld veranderingen in wetgeving te bewerkstelligen. Impact investeerders zouden bijvoorbeeld naast een film of voorstelling ook in deze campagnes kunnen investeren. Naast een financieel rendement uit het succes van de film krijgen ze dan ook een maatschappelijk rendement uit de impact campagne.

3.6. The Culture

Een aanzienlijk aantal creatieve bedrijven die doelbewust een maatschappelijke impact maken, zijn afkomstig uit een beweging die bekend staat onder de naam "the culture". In het rapport “Onvervangbaar, de innovatieve kracht van the culture” schrijft de UNESCO commissie over de maatschappelijke impact van deze groep culturele ondernemers en kunstenaars met een biculturele achtergrond.81 Deze groep creatieve ondernemers kaart sociale kwesties aan, vergroot begrip tussen verschillende culturen, geeft een stem aan gemarginaliseerde gemeenschappen en creëert kansen voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling. Daarnaast stellen ze dominante maatschappelijke systemen ter discussie. Het maken van impact is een intrinsiek onderdeel van de missie van deze creatieve bedrijven. Een impact investeringsfonds zou zich ook op deze groep kunnen richten.

UNESCO Nederland beschrijft ‘the culture’ als “een diasporische leefwereld van waaruit waardecreatie ontstaat".82 De uitingsvormen, zoals ontwerp, mode, nachtcultuur, muziek, film en kunst, zijn beïnvloed door postkoloniale migratie en sterk geworteld in (afro-)diasporische culturele productie. Omdat “the culture” een duidelijke diasporische basis heeft, ontstaat dit culturele ecosysteem voornamelijk in stedelijke omgevingen en migrantenwijken.83

The culture is nauw verbonden met de hiphopcultuur, die draait om zelfexpressie, eigenheid en het activistisch bekritiseren van een samenleving die bepaalde groepen uitsluit. Het is een levenswijze, gedragen door gemeenschappen met gedeelde waarden, ervaringen en levenshouding. ‘The culture’ bestaat uit een inclusieve community van mensen met verschillende etnische achtergronden. Makers zijn vaak toonaangevend en trendsettend. Het breken met heersende normen kenmerkt het autonome en tegendraadse karakter van ‘the culture’ en zelfbeschikking, persoonlijke groei, identiteitsvorming en een ‘Do It Yourself’-mentaliteit zijn belangrijke drijfveren.84

In vergelijking met de eerder besproken sectoren is het opvallend hoe commerciëler deze groep is ingesteld. Het zijn vaak ondernemers die goed aanvoelen wat de markt wil en geworteld zijn in de sector. Een goed voorbeeld is het Amsterdamse merk SMIB.85 SMIB (het omgekeerde van Bims, de Bijlmer) is een merk dat wordt gerund door een multidisciplinair collectief. Naast het maken van hiphop houden ze zich ook bezig met het organiseren van een jaarlijks festival, kleding en maken ze films.86 The New Originals is een creatief consumenten merk dat in 2011 ontstond uit een nauwe vriendengroep die een blog begon om hun passies voor mode, design en muziek te delen.87 Inmiddels is het een succesvol merk op het gebied van kunst, muziek, mode en het nachtleven. Het Amsterdamse creatieve bedrijf Patta is niet alleen een internationaal streetwear merk, maar ook een community van creatives die zich inzetten voor de gemeenschap, bijvoorbeeld vanuit Patta Academy.88 Dit initiatief is ontstaan toen het bedrijf zomerscholen organiseerde voor kinderen uit Amsterdam Zuidoost die niet op vakantie konden.89 Nu is de academy een incubator voor creatief ondernemerschap en talentontwikkeling.

Andere voorbeelden zijn “creative agencies” die diasporische gemeenschappen representeren en het promoten van diverse culturele uitingen zoals DAR Cultural Agency en The Niteshop.90 is een platform dat talentvolle kunstenaars vertegenwoordigt en culturele programma’s, talks en tentoonstellingen initieert die voorbij het eurocentrische denkkader gaan.91 “De focus ligt op betekenisvolle samenwerkingen tussen kunstenaars uit het ontwerp-, architectuur- en beeldende kunstveld, merken, musea en gemeenschappen. Sterke combinaties van artistieke ontwikkeling en zakelijke onafhankelijkheid zijn het uitgangspunt.”92

Volgens de UNESCO Commissie is er een stelselmatig gebrek aan erkenning en ondersteuning van deze groep creatieve ondernemers. Dit uit zich in beperkte financieringsmogelijkheden vanuit gevestigde investeerders, het subsidiestelsel en beperkte toegang tot culturele instellingen en distributiekanalen. Door deze onderwaardering en uitsluiting wordt het impact-potentieel van deze groep onbenut en blijven belangrijke boodschappen en perspectieven ongehoord en specifieke maatschappelijke problemen onderbelicht en onopgelost. UNESCO adviseert daarom om de kracht en het succes van ‘the culture’ meer te erkennen en specifiek om oog te hebben voor haar rol bij het signaleren en aanpakken van maatschappelijke opgaven. Volgens UNESCO draagt de culture op “onschatbare wijze bij aan het behalen van de SDG’s. Ze staan midden in de samenleving en zijn in staat veel mensen – waaronder grote groepen jongeren – te bereiken. De “innovatieve kracht van de culture is daarom onmisbaar bij het vormgeven van de stad van de toekomst”93

Financieringsbehoeften

Er is onder deze groep vooral behoefte aan startkapitaal, voor de opstartkosten van een onderneming of nieuwe productielijn te financieren. Een potentieel fonds zou een benadering kunnen kiezen die zich specifiek richt op deze sector. Er kan bijvoorbeeld worden gekeken naar een aantal steden met vergelijkbare typologie en multicultureel karakter zoals Amsterdam, Hamburg, Milaan, Marseille, Rotterdam en Antwerpen of andere delen van het koninkrijk zoals het Caribisch Nederland. Een opmerkelijk kenmerk van deze groep is dat ze translokaal opereren (super lokaal geworteld maar in verbinding met wereldwijde culturele uitingsvormen).

Een ander belangrijk punt is dat er onder creatieve ondernemers met een biculturele achtergrond behoefte is aan representatie vanuit de gemeenschap onder investeerders en om betere toegang te krijgen tot bestaande investeerders. Er is een allergie voor het toe-eigenen van ‘the culture’ om diversiteit en inclusie doelstellingen af te kunnen vinken, zonder dat er daadwerkelijk iets verandert in het systeem. Het gaat dus niet om oude problematische vormen van “participatie”, maar om zeggenschap. Er is behoefte aan betrokkenheid en écht contact leggen. Er is behoefte aan verstrekkers van risicodragend kapitaal die willen investeren in deze communities en rijke uitingsvormen en impact-dimensies om zo haar eigenheid en bestaan te bestendigen.

Een impact investeingsfonds zou zich dus kunnen richten op “the cultuur”, door te investeren in creatieve ventures die de stad van de toekomst vormgeven vanuit verbeelding, gemeenschap, trans-lokaliteit en impact. Hierbij kan worden gedacht aan een combinatie van verschillende ondernemingen waaronder ethical fashion-brands, muziekfestivals, nightclubs en record labels etc.

“Dit is een groep die ambitie heeft, de taal van de markt goed kent, maar wel tegen muren aanloopt. Omdat er weinig erkenning en financiële ondersteuning is binnen het subsidiestelsel is er een soort do-it-yourself mentaliteit ontstaan en hebben ze zoiets van: als het niet linksom kan, dan doen we het rechtsom, dan doen we het gewoon alleen.”

Martin van Engel, adviseur diversiteit en inclusie

“Als ik naar de speerpunten kijk van DOEN Participaties, dan denk ik: Ja, dat past echt super goed bij ‘the culture’.”

Lisanne Bedaux, UNESCO Nederland.

Footnotes

45. https://christienmeindertsma.com/

46. https://www.dotunusual.com/

47. https://www.paulinevandongen.nl/studio/

48. https://zeefier.eu/

49. https://neffa.nl/

50. https://www.doen.nl/en/news/neffa-new-fashion-factory-secures-seed-funding

51. https://loop-biotech.com/

52. https://byborre.com/

53. https://wear-store.nl/

54. https://softrevolt.com/

55. https://loopalife.com/

56. https://newoptimist.nl/

57. https://lena-library.com/

58. https://mudjeans.com/

59. https://www.makersunite.eu/

60. https://www.doen.nl/nieuws/winnaars-van-de-doen-textielcall-2022-zijn-bekend

61. https://www.versatileforever.com/

62. https://www.parool.nl/nederland/versatile-forever-maakt-mode-van-vintage-voetbalsjaals-en-shirts-ik-heb-ajax-en-feyenoord-nog-niet-durven-combineren~ba308ffd/

63. https://www.simondogger.nl/

64. https://www.simondogger.nl/emotionwhisperer.html

65. https://www.fysiekfabriek.nl/

66. https://www.spaceforplay.org/

67. https://strootman.net/

68. https://nymamakersplaats.nl/

69. https://brutus.nl/

70. https://www.amsterdamalternative.nl/

71. https://www.collectiefeigendom.nl/vrijplaatsen/vrij-beton

72. https://www.ot301.nl/

73. https://bajesdorp.nl/

74. https://stadmakersfonds.nl/

75. https://introdans.nl/ en https://pstheater.nl/

76. https://vriendenloterijfonds.doen.nl/

77. https://www.doen.nl/hoe-we-het-doen/versnellen-van-transities

78. https://www.cultuur-ondernemen.nl/artikel/naast-fondsen-en-subsidies-blijkt-de-cultuurlening-een-uitkomst-voor-het-dansfestival-international-dance-league & https://www.internationaldanceleague.com/

79. https://www.allwillrise.com/

80. https://tfip.org/

81. https://www.unesco.nl/sites/default/files/2023-11/Advies-the-Culture.pdf

82. https://www.unesco.nl/sites/default/files/2023-11/Advies-the-Culture.pdf

83. Ibidem

84. Ibidem

85. https://smib.jp/

86. https://www.amsterdam-dance-event.nl/en/artists-speakers/smib/18431/#:~:text=SMIB%20(het%20omgekeerde%20van%20Bims,)%20festival%2C%20kle ding%20en%20film

87. https://theneworiginals.eu/

88. https://www.patta.nl/ https://www.pattaacademy.com/

89. https://degezondestad.org/blog/van-zomerschool-in-zuidoost-naar-ondernemers-van-morgen/

90. https://dar.nu/ & https://theniteshop.com/

91. https://dar.nu/

92. Op basis van gesprek met Zineb Seghrouchni and https://www.unesco.nl/sites/default/files/2023-11/Advies-the-Culture.pdf

93. https://www.unesco.nl/sites/default/files/2023-11/Advies-the-Culture.pdf